Bettina Bach


}
Frankfurter Buchmesse
Gastland 2016
EN NL DE

Bettina Bach

1965, Heilbronn (DE)
Vertaalster


Bettina Bach groeide deels in Duitsland, deels in Frankrijk auf. Na een opleiding aan de uitgeversvakschool Asfored in Parijs en een verblijf van twee jaar in Berlijn verhuisde ze naar Amsterdam, werkte daar bij een kleine uitgeverij en studeerde culturele studies aan de UvA. 1995 ging zij in München wonen, waar zij haar passie voor het literaire vertalen ontdekte. Sinds 2002 vertaalt zij voornamelijk uit het Nederlands en Frans, o.a. Jan Siebelink en Tommy Wieringa. Ze woont met haar gezin in Jena.
Voor haar vertaling van Hotel Linda (Der blaue Vogel kehrt zurück, dtv) van Arjan Visser werd haar in 2014 de Else-Otten-prijs toegekend.

Lees ook

Tommy Wieringa 1967, Goor. Schrijver, columnist, reiziger.

Mano Bouzamour 1991, Amsterdam. Romancier, columnist

Onlangs vertaald in het Duits

Bettina Bach over de eerste zinnen van Tommy Wieringa's Dies sind die Namen

Bettina Bach vertaalde Tommy Wieringa's Dit zijn de namen naar het Duits, als Dies sind die Namen. De eerste hoofdstuktitel en de eerste zin dwongen meteen al tot moeilijke keuzes - Bach licht ze toe.

'Pontus Beg was niet de oude man geworden die hij zich had voorgesteld', zo luidt de eerste zin van Dit zijn de namen van Tommy Wieringa. Pontus Beg, een van de hoofdpersonen uit dit boek, komt als politiecommissaris in aanraking met een aantal zwervers die terechtkomen in zijn stad in een voormalig Oostblokland. Die zwervers zijn als het ware door een Bijbelse woestijn getrokken op zoek naar een nieuw leven. Beg kan zich wel in hen inleven omdat hijzelf een bladzijde in zijn leven heeft omgeslagen.

Maar die eerste zin van het boek was niet mijn eerste probleem. Voordat ik daaraan toekwam had ik al een aantal keuzes moeten maken bij het vertalen van de titel van dat hoofdstuk: Het echte ding.

Van Nederlandse en Duitse dingen
Dat Nederlandse 'ding' is zowat de schrik van elke vertaler in het Duits. Er gaan meteen lampjes branden als je dit nogal onschuldige en haast universele woordje leest. Eigenlijk dien je dit woord, als het maar enigszins mogelijk is, te vervangen - als je het in het Nederlands bijvoorbeeld over een mooi ding hebt, kun je het in het Duits vaak beter over 'etwas Schönes' hebben. Maar hier was het niet zo gemakkelijk. De titel van het hoofdstuk verwijst namelijk naar een zin op de volgende pagina: 'De naam is de gast van het echte ding had een filosoof uit het oude China gezegd'. En dus moet dat wat er in de titel staat terugkomen in de tekst, ook in het Duits.

De tekst van de filosoof is in het Duits klassiek geworden in de vertaling van Richard Wilhelm: 'Der Name ist der Gast der Wirklichkeit.' Met het abstracte begrip Wirklichkeit kon ik hier niets beginnen, en al helemaal niet als titel van het hoofdstuk. Er moet iets grijpbaars, tastbaars komen te staan, toch maar een 'Ding' dus. Maar moet het dan 'Das echte Ding', 'Das wirkliche Ding' of zelfs 'Das Ding an sich' worden?

Dit laatste vond ik zelf heel mooi en gepast, maar helaas wordt het in het Duitse taalgebruik door de gemiddelde ontwikkelde lezer meteen in verband gebracht met Immanuel Kant. Geen 'Ding an sich' dus. Het 'echte Ding' dan? Maar ook dat is geen oplossing. Het echte Ding, ook wel Echtding, verwijst in het Duits onder meer naar een ouderwetse vorm van rechtspraak, bovendien is de voornaamste betekenis van echt: 'authentiek', 'niet-nagemaakt'. En zo komt 'Das wirkliche Ding' het dichtst in de buurt van het origineel en verwijst daarnaast ook naar de Wirklichkeit uit 'Der Name ist der Gast der Wirklichkeit.'

De oude man - hoe vaak mogen woorden herhaald worden?
Na de titel komt de eerste zin, ik herhaal hem even: 'Pontus Beg was niet de oude man geworden die hij zich had voorgesteld'. Eerst had ik hem letterlijk vertaald: 'Pontus Beg war nicht der alte Mann geworden, den er sich vorgestellt hatte'. Dat klinkt heel raar en wringt in Duitse oren. Daar zijn naar mijn idee twee redenen voor. Ten eerste verschillen de Duitse en de Nederlandse taal in het gebruik van bepaalde en onbepaalde lidwoorden. Eerder nog zou je kunnen zeggen: 'Pontus Beg war nicht so ein (of: ein solcher) alter Mann geworden, wie er es sich vorgestellt hatte'. Daarbij komt dat je in het Duits niet aan jezelf denkt als man/vrouw/kind, maar eerder over de maníer waarop je, in dit geval, ouder wordt. Als je in het Duits over jezelf als 'alter Mann' denkt en spreekt leidt dit tot een zeer bizar en vervreemdend effect. Het schept een grote afstand die er in het Nederlands niet is. Het valt helaas niet echt uit te leggen waarom dat zo is. Maar valt er aan de andere kant uit te leggen, waarom het in het Nederlands wél kan?

En zo werd, na vele omzwervingen, de beginzin in de Duitse uitgave: 'Pontus Beg war nicht auf die Weise alt geworden, wie er es sich vorgestellt hatte'. Het meest opvallende verschil zit hem in de 'oude man' die in het Duits ontbreekt. Een bijkomend voordeel van deze constructie in het Duits is dat er één oude man minder op de pagina staat. In het origineel worden er op de eerste pagina een aantal woorden herhaald, het zijn goede en belangrijke herhalingen die gehandhaafd dienen te worden. De Duitse taal is echter heel streng met herhalingen, dingen herhalen is bij wijze van spreken een zonde in welluidend Duits. En zo komt het dus goed uit dat 'oud', 'man' en de combinatie van beide wel herhaald wordt, maar net iets minder vaak dan in het Nederlands.

Bettina Bach over de eerste zinnen van Mano Bouzamours Samir, genannt Sam
Onlangs verscheen Samir, genannt Sam, de Duitse vertaling van Mano Bouzamours De belofte van Pisa. Wij vroegen vertaalster Bettina Bach haar werk toe te lichten.

"Moeder Maria vol genade, ik ben aangenomen op het Hervormd Lyceum Zuid, godverdomme, hé."

Dit is de eerste zin van Mano Bouzamours debut De belofte van Pisa en meteen zit je als lezer in de sfeer van het gehele boek en meen je de verteller te kennen. Althans, je hoort hem heel duidelijk praten. De eerste paar woorden zijn ontleend aan het Weesgegroet, een van de belangrijkste gebeden in de katholieke kerk. Hierop volgt de feitelijke informatie, de toelating tot het Hervormd Lyceum. Vervolgens eindigt de zin met een vloek en een aanroep.

Allitereren en vloeken
Interessant vond ik vooral dat het gebed niet letterlijk geciteerd wordt, want dat is: ‘(Wees gegroet,) Maria vol van genade.’ Door de samentrekking ‘vol genade’ zit je meteen in jeugdige spreektaal. In het Duits begint het gebed met: ‘(Sei gegrüßt,) Maria voll der Gnade.’ Ook daar ontbreekt dus het woord ‘moeder’. Voor de vertaling was het zaak de alliteratie – Moeder Maria – te handhaven, ten eerste omdat dit de eerste alliteratie in een roman vol alliteraties is en ten tweede om ritmische redenen. Mijn oplossing is ‘voll der Gnade’ samen te trekken tot ‘voller Gnade’ wat net als in het origineel veel meer van deze tijd is. Om het ritme en de alliteratie over te brengen koos ik voor een woord dat in een gebed eigenlijk niets te zoeken heeft, namelijk de aanroep: ‘Mann’, en het werd: ‘Mann, Maria voller Gnade.’ Tegelijkertijd is dit de aanroep die in het Nederlands aan het einde van de zin staat: ‘hé’. Ik heb ook overwogen om de aanroep ‘Mann’ aan het einde van de zin neer te zetten, maar dan zou het begin van de zin niet allitereren. En als je in het Duits alleen het woord  ‘Mutter’ aan Maria zou toevoegen zou de verteller overkomen als iemand die zijn taal niet beheerst. In het Duits klinkt ‘Maria, Mutter Jesu’ of ‘Maria, Mutter Gottes’ de lezer bekender in de oren dan de in het Nederlands gebruikelijke combinatie ‘Moeder Maria’— en vanwege het ontbreken van de alliteratie was deze Duitse variant voor mij geen optie.

De feitelijke informatie in het middengedeelte van de zin heb ik ietwat ingekort door van het Hervormd Lyceum Zuid, dat elke Amsterdammer (zo niet elke Nederlander) wel kent, gewoon ‘Gymnasium’ te maken. Dat het om het chique, elitaire Hervormd Lyceum Zuid gaat kan op een later tijdstip ingevoerd worden, want de voornaamste functie van deze eerste zin is de lezer meteen te grijpen. Vandaar dat dit gedeelte van de zin werd: ‘ich darfs auf Gymnasium.’

En de vloek, tenslotte, is even gebruikelijk als ‘godverdomme’, maar laat God achterwege: verdammt noch mal. De eerste Duitse zin luidt dus: ‘Mann, Maria voller Gnade, ich darfs aufs Gymnasium, verdammt noch mal.’