Christiane Kuby


}
Frankfurter Buchmesse
Gastland 2016
EN NL DE

Christiane Kuby

Christiane Kuby, 1952, geboren in Frankfurt, drietalig opgegroeid in Luxemburg (Duits-Frans-Luxemburgs), kwam op haar 18e naar Amsterdam. Ze studeerde Frans en Duits bij de UvA, werkte voor de Duitstalige culturele stichting Castrum Peregrini en voor Nederlandse en Vlaamse literaire tijdschriften. Sinds 1997 is ze zelfstandig literair vertaler uit het Nederlands. In 2013 kreeg ze de Else-Ottenprijs voor haar vertaling van Godenslaap van Erwin Mortier. In 2015 ontving ze de Martinus Nijhoffprijs voor haar hele vertaaloeuvre.

Laatste vertalingen met co-vertaler Herbert Post: Peter Terrin, Monte Carlo (Berlin Verlag, Jeroen Brouwers, Het hout (weissbooks) en Nescio, de verhalen (Suhrkamp). Ze is redactrice van Filter, het literaire tijdschrift over vertalen waarvoor ze ook regelmatig schrijft.

Onlangs vertaald in het Duits

Over de eerste zin van Peter Terrins "Monte Carlo": 


Het vuur is nog geen vuur.

Met deze raadselachtige zin begint de slanke roman van de Vlaamse auteur Peter Terrin, eerder bekend geworden met De bewaker (2009) en Post mortem (2012), beide iets lijviger dan deze laatste uit 2014 die maar 170 bladzijden telt. Monte Carlo vertelt in 81 korte hoofdstukjes - de meeste niet langer dan één à drie bladzijden - het verhaal van een Britse automonteur die bij een brand op de formule 1-piste in mei 1968 het leven redt van een jonge Franse actrice, en vervolgens tervergeefs op erkenning van zijn daad wacht. Het boek is strak gecomponeerd, en sommige hoofdstukken doen denken aan prozagedichten: raadselachtig, schilderachtig, filmisch, poëtisch.

Opzettelijke herhaling
Voordat mijn co-vertaler en ik bij de vertaling ‘Das Feuer ist noch kein Feuer’ uitkwamen, hebben we heel wat afgetobd. Het lijkt zo simpel, maar als je in het Duits vertaalt weet je dat herhaling van zelfstandige naamwoorden uit den boze is. Het Duits heeft de mogelijkheid om zelfstandige naamwoorden te vervangen door voornaamwoorden, en is dus minder aangewezen op de herhaling waarmee het Nederlands veel guller strooit. ‘Das Feuer, das noch keines ist.’ Dat had gekund, ware het niet dat de laatste zin van het hoofdstuk luidt: ‘Het vuur dat nog geen vuur is.’

Tussen die eerste en die laatste zin van het eerste hoofdstuk dat nog geen hele pagina beslaat wordt het beeld opgeroepen van een dreigende brand. Er is een geur, er is hitte en er is lekkende brandstof die precies op dit moment bezig is in vuur te veranderen: ‘Geen vuur nog, een wolk van hitte, zonder kleur, voorlopig onzichtbaar in het felle zonlicht van deze uitzonderlijk warme lentedag in Monte Carlo.’ Je ziet hoe de tekst gestructureerd is: tussen de eerste en de laatste zin staat, precies halverwege, de herhaling: ‘Geen vuur nog.’

Het vuur is nog geen vuur. Niet echt. [...]
Geen vuur nog, een wolk van hitte [...]
Het vuur dat nog geen vuur is.

Het verhaal wordt spiraalsgewijs opgeschroefd, en hoe verder je komt in de tekst hoe duidelijker het wordt dat de auteur steeds weer dezelfde formuleringen gebruikt, dat hij met opzet herhaalt. Zo begint enkele bladzijden verder hoofdstuk 5 met de zin: ‘Het vuur is nog geen vuur en de mensen wachten.’ Vervolgens wordt dat wachten beschreven, een hoofdstuk lang, voordat er weer een nieuwe scène inzet. Je kijkt als lezer als het ware mee met de zwenkende camera, je houdt je adem in, en ja hoor, in het laatste hoofdstuk van deel I kom je uit bij: ‘Ze hebben het raden naar de oorzaak, maar ze zien een dikke, zwarte rookpluim opstijgen […] en daaronder de wakkerende, rode steekvlam van wat onmiskenbaar een hels vuur is.’ Cirkel rond. De toon is gezet, en als vertaler probeer je dan de auteur te volgen. In dit geval hebben we ons dus zoveel mogelijk aan die herhalingen gehouden.

Das Feuer ist noch kein Feuer. Nicht wirklich. [...]
Noch kein Feuer, nur eine [...] Hitzewolke [...]
Das Feuer, das noch keines ist.

Gevoel
En dan zult u nu vragen, als u dit leest, waarom hebben jullie in de laatste zin niet ook geschreven: ‘Das Feuer, das noch kein Feuer ist’? Het blijft een kwestie van gevoel, van ritme, we vonden de zin gewoon sterker overkomen zonder de herhaling van het woord Feuer, indringender als het ware. En nu ik toch bij het gevoel ben beland, laat ik dan ook opbiechten dat ik zelfs bij het vertalen van Nescio een herhaling heb weggelaten waarover ik nog weleens ’s nachts wakker lig. Eerste ontroering heet de herinnering van de oud geworden schrijver, en gaat over een vijftienjarig jongetje dat in Artis op een bankje zit en beseft dat er een dichter in hem schuilt. Het stukje begint zo:

God erbarme zich over de cynici. Ik ben nu cynicus. Misschien was 't beter als ik maar heelemaal gek geworden was of overreden door de tram, wat dikwijls bijna gebeurd is. Vroeger was ik dichter. En als cynicus zeg ik: 't was geen lolletje, voor mij niet en voor niemand.

Wat een prachtig begin! En toch heb ik in de tweede zin het woord ‘cynicus’ weggelaten:

Gott erbarme sich der Zyniker. Auch ich bin jetzt einer. Vielleicht wäre es besser, ich wäre völlig verrückt geworden oder die Elektrische hätte mich überfahren, was oft genug beinahe geschah. Früher war ich Dichter. Und als Zyniker sage ich: Es war kein Spaß, weder für mich noch für sonst jemand.

In het Duits vond ik het sterker overkomen, juist zonder die herhaling, temeer omdat de cynicus in de laatste zin van die korte alinea al weer opduikt. Maar nu twijfel ik weer, heel Nescio-aans, zou ik bijna zeggen. Wat zegt u?